Jip Janssen kreeg vleugels na zijn eerste treffer: ‘Ik genoot’

Zijn statistieken zijn om van te watertanden. Jip Janssen scoorde in 31 interlands liefst 15 keer, maakte acht goals in zijn laatste acht interlands en scoorde tegen Spanje op 22-jarige leeftijd zijn eerste hattrick in het Oranje-shirt. Jip Janssen is on fire, zo kun je wel stellen.

Met de trofee van man of the match in de hand ging het strafcornerkanon vrijdagmiddag na afloop van het gewonnen Pro League-duel met Spanje (3-4) geduldig op de foto met de Spaanse bakvissen, die hem vol bewondering aankeken. Janssen glimlachte breed uit, een smile die hij in Estadio Betero vrijdag veelvuldig op zijn gezicht toverde.

De verdediger had genoten in het met 1800 schoolkinderen bezette stadion in Valencia. ‘Ik vind het gaaf met al die kids en het kabaal dat ze maken. Het is hier altijd een grote chaos, dat vind ik heel leuk om in te spelen’, zei Janssen.

Riedeltje

Hij legde die kinderen in het vierde kwart eigenhandig het zwijgen op door twee keer binnen twee minuten hard raak te pushen. Hij schoot Nederland daarmee van 2-2 naar 2-4 en bracht Oranje zo de eerste overwinning in dit nog prille Pro League-seizoen. Janssen verdiende daarmee de man of the match trofee en alle lof, maar die verdeelde hij na afloop keurig over zijn ploeggenoten.

‘Ik ben vandaag degene die de goals maakt, maar het aangeven en de stop waren vandaag perfect. Dat helpt me heel erg’, vertelde Janssen, die desgevraagd nog maar eens uitlegde hoe belangrijk de drie-eenheid van aangeven-stoppen-pushen is. ‘Een corner valt of staat met ritme. Het is gewoon drieduizend keer hetzelfde riedeltje oefenen. Tot het goed loopt. Dat oefenen hebben we de laatste tijd met meer focus en concentratie gedaan. Dat resulteert vandaag in een hoog rendement.’

Jip Janssen scoort. Op de achtergrond balt ook Mink van der Weerden zijn vuist. ‘We willen minder voorspelbaar worden met de corner. Het moet gewoon heel zuur worden voor tegenstanders om ons te bespelen.’ Foto: David Aliaga

Door de enorme progressie die Janssen de afgelopen maanden met zijn corner heeft geboekt, beschikt Nederland met Mink van der Weerden en Janssen nu over twee cornernemers van internationale allure. Een weelde, vindt Janssen. ‘Tegenstanders moeten daarop goed anticiperen, anders zijn ze te laat. Het is ook een mentaal voordeel. Als een van ons er even niet lekker in zit, kunnen we afwisselen. Doordat je weet dat je iemand achter de hand hebt, sta je zelf ook meer ontspannen op de kop van de cirkel. Je verdeelt de druk over twee paar schouders, dus dat voelt lichter dan wanneer je die alleen moet dragen.’

Tegen Spanje kreeg Janssen al in de tweede minuut de eerste corner van de wedstrijd, die hij meteen hoog in het doel ramde. ‘We bepalen voor de wedstrijd wie de eerste corner neemt. Daarbij kijken we naar de tegenstander en wat we de afgelopen tijd hebben gedaan. Tegen India nam Mink de eerste, nu ik. We willen minder voorspelbaar worden met de corner. Het moet gewoon heel zuur worden voor tegenstanders om ons te bespelen.’

Alle ballen op Janssen

Van verrassing in de corner was vrijdag tegen Spanje wat minder sprake, want het credo was: ‘alle ballen op Jip Janssen’. In het derde kwart ging de tweede corner nog over (‘de bal bleef iets te lang in de haak hangen’), maar in het vierde kwart betaalde Janssen dat vertrouwen dubbel en dwars uit. ‘Het is gewoon zo dat de ballen er sneller invliegen als je die eerste maakt. Als je vleugels hebt, moet je daar gebruik van maken. Nadat ik die eerste had gemaakt, stond ik eigenlijk zonder druk op de kop. Ik genoot, vond het supermooi. Dat gevoel was heel lekker. Bij die derde wist ik bijna van tevoren al zeker dat die erin zou gaan.’

Jip Janssen: ‘We leverden daar te weinig effort, het energielevel moest omhoog. Dan kunnen wij van iedereen winnen. Dat weet ik zeker.’ Foto: David Aliaga

Zo geweldig als het aanvallend liep (Oranje scoorde drie uit vier), zo rammelde de verdedigende corner (drie uit vijf). Janssen: ‘Drie tegentreffers uit strafcorners is op papier te veel. We zullen ze straks moeten terugkijken om te zien of het ongelukkig was of dat we ervan kunnen leren.’

Denkmodus

Bij het bekijken van de beelden kan het Oranje-kamp niet anders dan concluderen dat de cornerverdediging beter kan en moet. Waar spelers en staf wel tevreden over kunnen zijn, is de intensiteit waarmee de manschappen van Caldas aan de wedstrijd begonnen. Oranje straalde kracht en energie uit. Janssen: ‘We wisten van tevoren dat we moesten levelen. Spanje speelt altijd met een superhoge intensiteit. Dan moet je minimaal hetzelfde leveren, anders ga je er gewoon af. Dat hebben we ook in India gezien. We leverden daar te weinig effort, het energielevel moest omhoog. Dan kunnen wij van iedereen winnen. Dat weet ik zeker.’

We praten van tevoren veel over tactiek. Dat moeten we meenemen in de wedstrijd, maar we moeten niet vergeten met het hart te spelen.’ Jip Janssen over de reden dat Nederland soms met te weinig intensiteit speelt

De intensiteit waarmee wedstrijden worden gespeeld, was na de wedstrijden tegen India (waar Oranje met 5-2 én met shoot-outs verloor) een belangrijk thema in het Oranje-kamp. De conclusie luidde: spelers blijven soms te lang in de denkmodus hangen. Janssen leg uit: ‘We praten van tevoren natuurlijk veel over tactiek, hoe we de tegenstander pijn kunnen doen. Dat moeten we meenemen in de wedstrijd, maar we moeten niet vergeten met het hart te spelen. Het gas moet er vier keer vijftien minuten op. Het is non negotiable dat we dat leveren.’